Dag 8. Bilbao – Pobeña (26 km)
Vannacht prima geslapen, voor het eerst in een week weer op een gewoon bed. Irma had minder goed geslapen, die verlangde weer naar haar thermarest matje 😉 Om vijf uur wordt ik wakker en kan niet weer in slaap vallen, dan maar vroeg op. Eerst Denzel maar even uitgelaten en de was opgehaald uit het washok. Daarna samen met Irma ontbijten. Het brood van eergisteren was gortdroog (maar niet zo hard dat je tanden afbreken, heit) maar met flink wat jam erop nog eetbaar.
Gisteravond was er ook op ons gerekend met de gemeenschappelijke maaltijd. Daar hadden we niet op gerekend, we hadden tussen de middag al een warme snack gehad en 's avond alleen wat brood gegeten. Er wordt een flink bord spaghetti opgeschept. Irma schuift de helft van haar maaltijd op het bord van haar buurman, de franse Mark. Om de italiaanse kok niet teleur te stellen eet ik de spekkies wat tussen de sliertjes weg en laat de rest staan, zit echt propvol.
Het is erg gezellig in de herberg. De italiaanse kok verteld vol trots over zijn geboortedorp, San Giovanni Rotonde, waar de padre Pio heeft gewoond. De pater heeft zijn hele leven stigmata, open wonden op zijn hand gehad. Door zijn helende krachten heeft hij diverse personen van kanker genezen. Onlangs is het vriendje van zijn zoon door een wonder van terminale kanker genezen. Onzin, suggestiviteit of waar ? De kok geloofde er in ieder geval heilig in en had een oud vergeeld bitprentje van padre Pio in zijn portemonee. Meer over Padre Pio is te vinden op https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Pater_Pio
Ook maken we kennis met Ota en Mark. Ota is een vreemde vogel, druk, sociaal en kunstzinnig. Deze japanse technicus is in Parijs gestart en hoopt in drie maanden, via Santiago, naar Gibraltar te lopen. Onderweg houdt hij een dagboek bij in de vorm van aquarel schetsen in een schetsboek. Daarnaast houdt hij ook een online blog bij, in het japans natuurlijk, maar met google translate redelijk te volgen. Zie voor zijn blog http://plaza.rakuten.co.jp/turbo717/
Mark is een sympathieke franse jongeman uit Mont-de-Marsan, een gezellige prater die de camino loopt om zijn hoofd leeg te maken. Mark heeft het fysiek zwaar. Hij loopt samen met Ota, die hij een paar dagen geleden tegen kwam. Echter het conditieverschil speelt hem parten. Daarbij heeft hij ook nog zijn voeten vol blaren.
De route is vandaag in het begin nog wel even inspannend. Het bordje Mordor, wat de weg naar boven aanwijst, blijkt zijn betekenis waar te maken. Het is alsof het kwaad je in de kuiten bijt als je weg naar boven buffelt. Maar de beloning is prachtige vergezichten over het ontwakende stadsleven van Bilbao. De rest van de ochtend en begin van de middag hebben we nodig om ons te ontworstelen van de buitenwijken van Bilbao.
De route naar Portugalete is verschrikkelijk saai, een ellenlang fietspad langs de snelweg. Ook na Portgalete zet dit fietspad zich voort. Het loopt wel erg gemakkelijk, de kilometers vliegen onder de voeten door. In een charmant badplaatsje, Ondarra, ontmoeten we Mark en Ota weer. Mark loopt op blote voeten. Om de meute voor te blijven lopen we snel door om nog een plaatsje in de herberg te kunnen bemachtigen. Blijkt vergeefse moeite te zijn, de herberg is vol. Gelukkig mogen we de tent op het grasveld opzetten, en van de voorzieningen gebruik maken.
Na de pasta met tonijn in tomatensaus lopen we naar een bar en nemen een biertje op het terras. Bij toeval zie ik een bericht van Martin de Vries op het St. Jacobsroute forum voorbij komen. Hij plaatste een uur geleden een bericht dat hij net in Pobeña is aangekomen. Ik reageer met een bericht terug dat wij ook net zijn aangekomen en of hij het leuk vindt om een praatje te maken. Even later komt hij aanlopen en onder het genot van een biertje vertellen we elkaar ons verhalen en ervaringen tot nu toe. Leuk, zo'n toevallig contact via Facebook.





